Zoeken
Origineel opgezet verhalen-kookboek van Jeroen Thijssen
| Printerversie |
Kookboeken zijn er, volop maar niet eerder is een kookboek qua opmaak een stijl en nog meer qua inhoud zo origineel uitgebracht. De titel is al bijzonder: ‘Puntneuzen & kersenpitten’. Dat slaat op resp. het bierkannetje dat door de BAM eerder werd opgegraven en gerechten die in de tijd van Jeroen Bosch gangbaar waren. En daarmee verraden we al de opzet, want de ondertitel is: ‘Verhalen en recepten uit de keuken van Jeroen Bosch. De Bossche historicus en journalist, [roman-] schrijver Jeroen Thijssen [57 jaar] stapte na zijn studententijd en een aanloop als kok over naar de sfeer van voedsel en koken.
Met dit verhalenboek geeft hij met de culinair schrijfster, die gespecialiseerd is in geschiedenis en prehistorie, Lizet Kruyff [67 jaar] in het Jeroen Boschjaar wel een originele bijdragen aan dit herdenkingsjaar en een inzicht in de Bossche eetgewoonten. Samen met de wijnkenner Mariella Beukers is er een triple opzet gerechten/koken, verhalen en wijn] ontstaan wier product bovenmate leesbaar maakt.
‘Puntneuzen & Kersenpitten’, gedrukt in een toepasselijk oud lettertype van Uitgeverij Loopvis is speels in letterlijke zin en qua opmaak en inhoud en biedt de lezer ook nog eens een inkijk in de –Bossche- geschiedenis.
![]() |
-Links: De auteurs Jeroen Thijssen en Lizet Kruyff die met de vinoloog Mariella Beukers het boek 'Puntneuzen& kersenpitten samenstelden. -Onder :Ad 'sGravesande van de stiocjhtign JB500 ontving van Thijssen en Kruyff het eerste exemplaar. |
| foto's © paul kriele, 16 september 2016. | ![]() |
Achtergronden van koken, eten en drinken rond 1500
Op de boekpresentatie in het Groot Tuighuis vertelden de samenstellers elk iets over zijn/haar aandeel in dit boek na een inleiding door de archeoloog Ronald vanGenabeekGlaudemans. De Bossche stadsarcheoloog stond te midden van vitrines met opgegraven voorwerpen die veelal dateren uit de tijd van Jeroen Bosch [rond 1500]. Die hebben betrekking op voedsel zoals zaden en stuifmeel en botten, die ook in de toenmalige gerechten voorkwamen. ‘Maar we weten niet hoe die verwerkt werden en in welke hoeveelheden. Kookboeken waren er toen niet.
Deze vondsten, die veelal uit beerputten kwamen, zeggen veel over de eetgewoonten en over de armoede of de rijkdom van de Bosschenaren uit die tijd,’ sprak Van Genabeek verder. ‘Bij de armen zal geen vlees van een ooievaar of patrijs op tafel komen. Daar was het vaak brood, erwten en spek, die de pot verschafte.‘
De archeoloog heeft graag aan dit boek meegewerkt want ‘…door dit boek komt het dagelijks leven met zijn eetgewoonten weer tot leven en dat is ook onze missie.‘
Lizet Kruyff vond het een voorrecht om het ‘haar’ boek in een archeologische centrum te mogen staan. ‘Den Bosch was rond 1500 al een internationale stad met internationale kontakten. Dus er werd ook internationaal gekookt. Basisproducten werden van overzee of via land door handelslui aangevoerd of granaatappels die door bedevaartgangers uit Jeruzalem werden meegebracht. Ze vertelde over recepten, die era wel waren bij de Romeinen. In ons land kwamen ze pas in de 13e en 14e eeuw in zewang, maar dan alleen aan het hof en voor de elite. Voor de arbeidersgezinnen duurde dat nog vier eeuwen. Het eerste Nederlandse [Vlaanderen] kookboek kwam in 1514 van Thomans van der Noot op de markt.
Wijnkenner Mariella Beukers pakte het vinologisch aspect beet. Zij noemde als toenmalige wijnstreken: de regio rond Neurenberg en Keulen, de Bourgogne en de Moessel [wijnen].
'Wijnen bleven maar een jaar goed. Men keek telkens uit naar oktober als de druivenoogst werd binnengehaald. Het technische proces van wijn maken was niet erg volmaakt, vergeleken bij de huidige tijd,' aldus Beukers.'Veelal dronk men witte zoete wijnen bijv. de Pinot Noir uit Beaune of rode wijnen aangevoerd en vanuit de stapelplaats Dordrecht gedistribueerd. Ook kwamen er rode wijnen uit Keulen en Antwerpen en van overzee vanuit de aanlegpaats Middelburg alwaar ze werden ingevoerd.'
![]() |
![]() |
![]() |
-Links boven: Cees Holtkamp van bakker Holtkamp in de Amsterdamse Vijzelstraat en jurylid van 'Heel Holland bakt'. -Links: Stadsarcheoloog Ronald van Genabeek over vondsten [zaden, stuifmeel,botten] van de BAM die corresponderen met de gerechten uit de tijd van Jeroen Bosch, zoals die in het boek beschreven worden. Hier laat Van Genabeek een opgegraven bierkannetje, een zgn. puntneus zien. -Boven: Een gedekte tafel met gerechten van rond 1500 die door de auteurs die middag waren bereid, zoals grauwe erwten met spek, witte broodbolletjes, venkelworstjes, granaatappelsap, maroiles kaas, kaaskoekjes, witte kip met rode saus. . foto's © paul kriele, 16 september 2016. |
Cees Holtkamp, van de bekende bakker in de Amsterdamse Vijzelstraat en jurylid van ‘Heel Holland bakt’,gaf een duidelijke inkijk in de bakkers- en koksmanieren. 500 jaar geleden had je een soort rangorde: pasteibakkers, broodbakkers suikerbakkers en op het laagste niveau de koekenbakkers.
Overigens suiker kende men toen niet. Men gebruikte daarvoor in de plaats honing. Zo waren er ook geen mixers. Men mixte of kneedde deeg met de hand.
Maar Holtkamp vindt korstbakken nog het moeilijkst, zoals bijv. bij sauzijzenbroodjes of appelbollen. Koks kunnen veel uit de losse pols,' besloot bakker Holtkamp. 'Daar zijn wij bakkers niet van..’.
Ad ’s Gravesande was als intendant van de stichting Jeroen Bosch500 uitgenodigd door de relatie van het boek met Jeroen Bosch. ’s Gravesande, die een eerste exemplaar ontving, hoopte dat dit boek net zo smaakt als het er uit ziet. 'Het probleem met historische fictie is,' aldus ’s Gravesande de confrontatie met personen onder Karel V, Philips de Schone en bijv. Desiderius Erasmus. Personen uit die tijd die er beslist in thuis horen. Maar je kunt er niet zomaar over schrijven.’
Op die personages ging auteur Jeroen Thijssen dieper in. Hij dankte Lizet Kruyff, die een uitgebreide inventarisatie deed naar personen en woningen uit die tijd, waarvan Thijssen in zijn historische fictie gebruik heeft gemaakt.
Thijssen onderscheidt in die opzet drie categorie personages: de beschreven personen, toegevoegde personen en de verzonnen personages.
Maar allen moeten iets met eten te maken hebben. Over dat eten stond een rijk opgemaakte tafel met gerechten uit die tijd die door de auteurs ’s middag alvast waren bereid en waarvan men naafloop kon proeven en waarvan men de bij die tijd toepasselijke wijnen kon drinken, die Mariella Beukers speciaal voor deze gelegeheid had uitgekozen.
Terug naar boven













